Werkontwikkelbedrijf Rijnvicus begeleidt inwoners van Alphen aan den Rijn, Kaag en Braassem en Nieuwkoop richting werk en ontwikkeling. In een interview met 'Op naar de 125.000 banen' vertelt directeur Annelies Doornbosch hoe Rijnvicus mensen en werk ontwikkelt, samenwerkt met werkgevers en waarom de maatschappelijke waarde van werkontwikkelbedrijven nog te weinig wordt erkend.
![]() | In het verleden was Rijnvicus als klassieke werkvoorziening vooral actief voor mensen met een arbeidsbeperking. Dat is allang niet meer zo. “In onze gemeenten is het zo geregeld dat we de participatiewet en de wet inburgering uitvoeren. We richten ons ook richten op mensen die in de bijstand zitten, statushouders en asielzoekers, maar bijvoorbeeld ook op jongeren en schoolverlaters. En tenslotte bieden we werkgeversdienstverlening en bemensen we het regionale werkcentrum.” |
Werkervaring opdoen
Bij Rijnvicus doen mensen werkervaring op binnen de eigen werkomgeving én bij externe ondernemers die willen bijdragen aan een inclusieve arbeidsmarkt. “Al die vormen zijn belangrijk. Idealiter werken mensen zo kort mogelijk ‘binnen’ en gaan ze zo snel mogelijk naar ‘buiten’. Maar onderschat het belang van onze eigen werkplekken niet. Intern kunnen we aandacht besteden aan opleidingen en het leren werken. Dat is in essentie ook waar we goed in zijn: mensen begeleiden in hun ontwikkeling naar werk.”
Maar niet alleen mensen kunnen zich ontwikkelen, denkt Doornbosch. “Kijk je naar de arbeidsmarkt, dan zie je krapte in veel sectoren. En aan de andere kant staan er mensen langs de kant. Daar is een mismatch. Die kun je verkleinen, door het werk te ontwikkelen naar mensen.”
Veel te bieden
Want de mensen die beschikbaar zijn en graag willen en kunnen, hebben ontzettend veel te bieden aan werkgevers die erin slagen het werk net anders in te richten. “Wij zijn goed in samenwerking. Dus onze kennis over het begeleiden en het inrichten van werk delen we graag met werkgevers.”
Dat wil Rijnvicus volgens Doornbosch op een lichtvoetige manier doen. “Wij willen dat alle werkgevers kunnen profiteren, ook die kleinere mkb’er met misschien minder capaciteit om te begeleiden. Gelukkig staan steeds meer bedrijven hiervoor open. Wemerken dat vooral jonge ondernemers op een echt nieuwe manier kijken naar bedrijfsmodellen en de arbeidsmarkt. Zij hechten waarde aan het sociale aspect. Dat vind ik verfrissend en een mooie ontwikkeling.”
Erkenning
Doornbosch noemt werkontwikkelbedrijven de goedkoopste maatschappelijke voorziening die er is. “Als mensen aan het werk zijn, levert het altijd op. Denk alleen al aan de feitelijke effecten: er zijn minder bijstandsuitkeringen nodig. Maar denk ook aan bijkomende voordelen: werk is een goede vorm van zorg, dus je bespaart ook aan die kant.”
De bijdrage van werkontwikkelbedrijven wordt volgens Doornbosch niet voldoende gezien. “Onze mensen doen hun stinkende best en leveren kwalitatief hoogwaardig werk af. Dat wordt door Den Haag niet voldoende op waarde geschat. Wij zitten altijd maar in de sociale hoek, nooit in de hoek van het reguliere werk. Dan denk ik, wacht even: wij doen werk dat er echt toe doet. Wij leveren ook een economische bijdrage. Ik zou wensen dat die veel meer wordt gezien. Voor onze mensen, maar ook voor de samenleving.”

